Waar komen de testmodellen vandaan?

De camera’s worden rechtstreeks door de fabrikant opgestuurd. Dit heeft als voordeel dat we een camera soms al kunnen testen voordat deze in de handel komt. Zo blijven we steeds actueel.

Tellen extra features mee in het eindoordeel van compactcamera’s?

Steeds vaker geven fabrikanten hun camera’s een extra feature mee, zoals een GPS-module, een beamer of een extra display. Natuurlijk spelen dergelijke bijzondere kenmerken ook een rol. Maar we zeggen met klem dat we ze niet beschouwen als essentieel voor de fotokwaliteiten van een camera. Daarom laten we dergelijke extra’s met 2,5 procent niet zwaar meewegen in de beoordeling van de uitrusting.

Hoe belangrijk is de videofunctie bij compactcamera’s?

Ruim voordat de videofunctie van spiegelreflexen interessant werd, waren compactcamera’s in staat om video in High Definition (HD) op te nemen. Hoe dan ook kiezen we ervoor om bij compactcamera’s nu beduidend meer gewicht aan de filmmodus toe te kennen. Voor een goede score moet een fabrikant natuurlijk meer doen dan alleen ‘HD-kwaliteit’ op de body zetten. Om zich te onderscheiden als goede ‘video-fotocamera’ gaat het behalve om de framerate om een aantal belangrijke kenmerken: heb je tijdens de video-opname de beschikking over de optische beeldstabilisator en over de optische zoom? Wordt het geluid in stereo opgenomen en wordt er voortdurend scherpgesteld? Een toestel moet dus meer te bieden hebben dan alleen HD.

Hoe belangrijk is de videokwaliteit bij spiegelreflexen?

Omdat we van mening zijn dat bij een digitale spiegelreflexcamera de fotokwaliteit veruit het belangrijkste is, nemen we in een standaardtest alleen mee of een camera een videofunctie bezit en in welke resolutie en framerate hij filmt. Daarvoor krijgt de camera overeenkomstig punten bij de uitrusting. De kwaliteit van een video wordt niet gemeten en ook niet beoordeeld. Periodiek voeren we afzonderlijke tests van de videokwaliteit van fotocamera’s uit.

Groothoek of tele – wat is belangrijker bij compactcamera’s?

De beoordeling van de objectieven is fundamenteel veranderd. Een goede 24- of 25-millimeter-groothoekinstelling beschouwen wij nu als veel belangrijker dan bijvoorbeeld een tele-instelling van 600 millimeter. Waarom? Eenvoudig omdat landschapsopnamen, groepsportretten en architectuurfoto’s veel vaker gemaakt worden dan foto’s van ver verwijderde objecten. Om die reden weegt de grootste groothoekinstelling met 30 procent zwaarder dan de maximale tele-instelling (slechts 20 procent).

Hoe wordt de cameradisplay beoordeeld?

Van de display bekijken we zowel de grootte als de resolutie in pixels. De resolutie weegt zwaarder bij de beoordeling, want je kunt de scherpte van een foto alleen secuur beoordelen bij een scherpe weergave op het scherm. Terwijl 230.000 pixels beslist genoeg is voor 2,7 inch, zorgt deze resolutie bij 3,0 of 3,5 inch voor een veel te grove korrel – je hebt dan minstens 460.000 pixels nodig.
Extra punten zijn te verdienen met een draai- en zwenkfunctie, oftewel de beweegmogelijkheden van het scherm.

Hoe testen jullie de documentatie en service?

Bij de beoordeling van documentatie en service onderzoeken we of de fabrikant een uitgebreide handleiding of een snelstartgids meelevert, of er een helpdesk is en wat die kost en of je op de website van de fabrikant informatie en oplossingen voor je problemen kunt vinden. Ook controleren we hoe goed de service van de fabrikant functioneert wanneer bijvoorbeeld je camera defect raakt. Fabrikanten die hun klanten hierbij netjes en snel helpen, krijgen meer punten.
Zoals elders al gezegd, vormt ‘documentatie / service’ geen aparte beoordelingscategorie meer, maar worden deze aspecten meegenomen in de beoordeling van uitrusting en bediening.

Wanneer presteert de accu van een compactcamera goed?

Het antwoord is afhankelijk van de gebruikte energiebron. Megazoomcamera’s werken bijvoorbeeld vaak met vier gewone AA-batterijen. Zo haalt de Canon SX20 een heel mooie prestatie van 430 tot 1390 opnamen. Voor kleine camera’s met compacte Lithium-Ion-accu’s gelden weer heel andere maatstaven. Een dergelijke camera moet minstens 300 tot 600 foto’s kunnen maken, wil je een volle dag kunnen fotograferen zonder dat je de accu verwisselt. Topwaarden vind je momenteel bij camera’s van Casio, die het soms wel 2000 opnamen volhouden. Voor ons is de minimale waarde eigenlijk belangrijker: die geeft aan hoelang een accu het volhoudt wanneer de flits en de zoomfunctie veel gebruikt worden.

Hoe testen jullie de accuduur?

Voor het meten van de accuduur controleren we met een oscilloscoop hoeveel stroom de accu levert. Zo meten we hoeveel energie de camera verbruikt in praktijkomstandigheden. Daarnaast meten we met een accutestapparaat van Cadex de capaciteit van de meegeleverde accu. Bij camera’s die met standaard
penlite-batterijen werken, gaan we uit van goede exemplaren met een capaciteit van 2200 mAh. Uit deze gegevens berekenen we het aantal mogelijke opnamen voor verschillende scenario’s. Het profiel voor
de laagste accubelasting maakt drie foto’s per minuut, zonder flitser en zonder te zoomen. Ook is de display in dat scenario uitgeschakeld. Het scenario met het hoogste stroomverbruik staat daar lijnrecht tegenover:

hierbij wordt per minuut één foto geschoten met flitser en geactiveerde display en wordt de zoomlens van de camera over het gehele bereik op en neer geschoven. Op deze manier is de accu meestal drie keer zo snel leeg.

Hoe testen jullie de snelheid van camera’s?

Er is een speciale categorie voor bijna alle denkbare tijdmetingen van de camera: hoe lang duurt het tot de camera klaar is om een foto te nemen nadat je hem aanzet? Hoe snel reageert de camera op de ontspanknop wanneer hij stand-by staat? Hoeveel foto’s neemt hij per seconde en voor hoe lang? En hoe gaat dat met flitser?

En zeer zeker niet onbelangrijk: hoe snel is de camera compleet uitgeschakeld? De belangrijkste meting in deze categorie, en met vijftig procent ook de zwaarstwegende, betreft de ontspanvertraging. We meten deze steeds met en zonder autofocus. Hiervoor wordt met een speciale mechanische adapter tegelijkertijd de ontspanner ingedrukt en een speciale timer gestart waar vervolgens ook een foto van wordt gemaakt. Zo kun je direct de vertraging meten van het indrukken van de ontspanner tot het openen van de sluiter. Voor de meting zonder autofocus wordt de camera eerst met half ingedrukte ontspanner op de timer scherpgesteld en pas daarna worden gelijktijdig de ontspanner doorgedrukt en de timer gestart. Bij de meting met de autofocus wordt de camera eerst op oneindig scherpgesteld en pas tijdens de test stelt de camera scherp op de timer, die overigens op een afstand van ongeveer twee meter staat. Beide tests herhalen we minstens tien keer en vervolgens berekenen we hieruit een gemiddelde.
De ontspanvertraging van compactcamera’s wordt niet alleen onder ideale omstandigheden bij daglicht gemeten, maar ook bij weinig licht.

Overigens vermelden we nu niet meer hoeveel tijd een camera nodig heeft voor vijf individuele opnamen in een serie. Hiervoor is op veel camera’s een seriefunctie te vinden. Met de hoge resoluties van tegenwoordig is het belangrijker om te kijken hoeveel verwerkingstijd een camera nodig heeft voor hij gereed is voor de volgende foto.

Met welke objectieven worden de spiegelreflexcamera’s getest?

Om de resultaten eerlijk te kunnen vergelijken, worden alle camera’s met hoogwaardige primelenzen getest. We gebruiken de Canon EF 50mm 1:1,4, de Nikkor 50 mm f1.4D, de Olympus Zuiko Digital 25 mm 1:2,8, de Panasonic Lumix G 20mm 1,7, de Pentax FA43 F1,9 en de Sony 50mm F1,4. Alleen in uitzonderlijke gevallen testen we met een ander objectief (bijvoorbeeld bij de Panasonic GH1), als dat om een bepaalde reden nodig is.

Wordt er (bij spiegelreflexcamera’s) in RAW of in JPEG gemeten?

Naar onze mening is het niet zinvol om de prestaties van een camerasensor te beoordelen aan de hand van een RAW-bestand. Want dan zou je, voor een eerlijke vergelijking, ook alle RAWs met een en dezelfde RAW-converter moeten omzetten. En het is een feit dat een standaardconverter lang niet met alle RAW-bestanden van alle fabrikanten en modellen even goed overweg kan. Je beoordeelt dan bij een test met RAW-foto’s eerder de prestaties van een RAW-converter dan de prestaties van de camera. Dat is niet de bedoeling bij een objectieve cameratest.

Wij gebruiken in plaats daarvan jpegs gemaakt met de fabrieksinstellingen. Dit heeft allereerst het voordeel dat je elke camera beoordeelt zoals de fabrikant hem heeft afgestemd. Omdat alle camera’s absoluut gelijk behandeld worden, blijft bovendien de vergelijkbaarheid van de tests gewaarborgd.

Hoe wordt de kleurechtheid gemeten?

Met behulp van een nieuwe kleurkaart is het mogelijk om de kleurechtheid van een camera zeer nauwkeurig te controleren: het gebeurt nu aan de hand van 96 kleurvelden. Chromatische aberraties kunnen nu ook zeer gedetailleerd op basis van meer dan 200 punten gemeten worden.

Hoe wordt de detailechtheid gemeten?

Vooral bij hogere ISO-niveaus hebben veel camera’s moeite om de fijne details in onregelmatige structuren te behouden. Met een recent ontworpen testkaart stellen we vast hoe sterk de resolutie bij zulk soort onderwerpen afneemt.

Hoe wordt het dynamisch bereik gemeten?

De transparante testkaart die voor de meting van de beeldruis wordt gebruikt, speelt ook een rol bij het vaststellen van het dynamisch bereik. Hoe goed kan de camera overweg met onderwerpen die zowel zeer lichte als zeer donkere delen hebben? Bij alle gangbare ISO-niveaus meten we hoeveel stops verschil er is tussen het lichtste en het donkerste punt in de foto.

Wat houden de resolutiewaarden in?

In overeenstemming met de DIN-norm voor resolutiemetingen worden de horizontale en de verticale lijnen voortaan samengevat en weergegeven als lijnparen per beeldhoogte (LP/BH). Deze waarde drukt uit hoe scherp de camera beelden in horizontale en in verticale richting weergeeft. Anders gezegd: de waarde drukt uit hoe goed een camera details kan scheiden. Hierbij worden in totaal negen Siemens-sterren gebruikt en de test wordt zowel in het midden van foto’s als aan de randen uitgevoerd. Bovendien voeren we de meting uit bij alle gangbare ISO-niveaus. Door een nieuwe manier van meten wordt het detailverlies tengevolge van te sterke ruisfilters sterker afgestraft.

Hoe wordt de beeldruis beoordeeld?

Zowel bij de spiegelreflexcamera’s als bij de compactcamera’s wordt de ‘Visual Noise’-procedure gebruikt. De hoeveelheid ruis wordt gemeten door middel van een transparante testkaart. Het eindoordeel is hierbij niet alleen gebaseerd op een abstract meetresultaat: ook een visuele beoordeling van een A3-print en een honderdprocentweergave op de monitor spelen een belangrijke rol. Deze visuele beoordeling leert ons hoe foto’s uiteindelijk in de praktijk ervaren worden. De hoeveelheid ruis wordt gemeten bij alle beschikbare ISO-niveaus en wordt met een »VN«-waarde aangegeven.

Hoe wordt de beeldkwaliteit beoordeeld?

De beeldruis en resolutie zijn de belangrijkste criteria voor de beeldkwaliteit. Beide aspecten worden nu ook beoordeeld bij het hogere gevoeligheidsniveau van ISO 1600. Toen een aantal jaar geleden de vorige testprocedure werd opgesteld, was een dergelijk niveau nog uitzonderlijk. Tegenwoordig kun je ook op goedkope instapcamera’s ISO 1600 instellen, dus nemen we een dergelijke waarde mee in onze tests.
Onafhankelijk van de meetwaarden worden onze gestandaardiseerde testopnamen nog door drie tot vijf camera-experts beoordeeld op beeldruis en detailverlies. Door de visuele beoordeling kunnen de meetwaarden naar boven of naar beneden bijgesteld worden, tot maximaal twintig procent. De experts zijn testingenieur, beeldredacteur, redacteur of chef van ons testlab.

Wat betekent ‘Getest in het lab en in de praktijk’?

Op iedere laboratoriumtest volgt bij ons een praktijktest. Sommige aspecten kun je niet met een meetapparaat vaststellen en daarom nemen we iedere camera mee het lab uit en testen we hem in de praktijk, in verschillende opnamesituaties en met verschillende instellingen. Naderhand analyseren we de foto’s en vergelijken we onze praktijkindrukken met de meetresultaten. Zo geven we je een zo omvattend mogelijk beeld van iedere camera.
Het logo ‘Getest in de praktijk’ gebruiken we voor producten (camera’s, objectieven of accessoires) die alleen in de praktijk getest zijn. Het gaat dan meestal om (heel nieuwe) preproductiemodellen. Voor de laboratoriumtest wachten we tot het model op de markt is gebracht.

Hoe wegen jullie de testresultaten?

De weging van de verschillende beoordelingscategorieën wordt bovenaan de toplijsten tussen haakjes weergegeven. Criterium nummer één is natuurlijk de beeldkwaliteit, die voor vijfenveertig procent invloed heeft op het eindresultaat. Bijna even belangrijk is de combinatie van uitrusting en ergonomie, die samen voor veertig procent meetellen. Want wat heb je in de praktijk aan een camera waar je in principe wel goede foto’s mee kunt maken, maar die zo slecht uitgerust of belabberd te bedienen is, dat zoiets haast nooit lukt? De snelheid is een eigen categorie, die voor vijftien procent meetelt in het eindresultaat. Hierbij gaat het om de ontspanvertraging, maar ook om de tijd die de camera nodig heeft om een foto op te slaan op de geheugenkaart. Alleen een snel model is geschikt voor bijvoorbeeld sportfotografie of spontane snapshots.

Waar is ‘Documentatie/service’ gebleven?

Tot begin 2010 was er een aparte beoordelingscategorie ‘Documentatie / service’. De documentatie en de service worden nog steeds beoordeeld, maar krijgen geen eigen beoordelingscategorie meer. De resultaten worden nu meegenomen in ‘Uitrusting / bediening’.

Zijn de tests wel objectief of spelen advertentiegelden een rol?

Een dergelijke argwaan bestaat waarschijnlijk al sinds het verschijnen van het eerste vakblad. Natuurlijk kunnen we alleen een uitspraak doen over onze eigen uitgave. Een testingenieur voert de metingen uit en stelt de beoordeling op. Vervolgens wordt alles secuur gecontroleerd door een tweede expert. De redacteur die het testverslag schrijft, verifieert de resultaten een derde keer. Het testverslag wordt vervolgens nog herlezen en geredigeerd door minimaal twee andere redacteuren en door de hoofdredacteur.

De afdelingen redactie en advertentieverkoop doen hun werk onafhankelijk van elkaar. Bij ons kan een fabrikant geen enkele test beïnvloeden of betere testresultaten ‘kopen’. Dat wil niet zeggen dat we niet bereid zijn om een model nog een keer te beoordelen als de resultaten ons inziens niet bij het verwachtingspatroon van een camera passen. Overigens begrijpen de meeste fabrikanten zeer goed het belang van serieuze testen.

Hoe kan het dat jullie testresultaten afwijken van die van andere media?

We kunnen geen oordeel vellen over de kwaliteit en neutraliteit van andere tests. Wij zetten zelf in ieder geval alles op alles om hoogwaardige en objectieve tests uit te voeren. Daarvoor gebruiken we speciale testapparatuur, genormeerde testkaarten en speciale testsoftware. Onze tests zijn ook voor ieder model van iedere fabrikant hetzelfde. Maar ook als je ervan uitgaat dat er in andere laboratoria op de juiste manier getest wordt, kunnen er nog verschillende resultaten ontstaan. De reden hiervoor zit hem in de weging. Een voorbeeld: bij ons zijn de resolutie en het ruisgedrag zwaarwegende factoren voor het cijfer in beeldkwaliteit. Als een ander tijdschrift de meetwaarden anders weegt dan bij ons het geval is, komt er ook een ander resultaat uit.
Maar ook dan kunnen we vaststellen dat de tendens in grote lijnen overeenkomt. Een camera die in onze test een hoge notering krijgt, brengt het er bij de collega’s niet extreem slecht vanaf. Dat geldt andersom natuurlijk ook.

Waar zijn de genoemde prijzen op gebaseerd?

Onze prijsopgaven zijn gebaseerd op onze uitgebreide analyses. Iedere maand controleren we binnen Nederland en België de prijzen van vakhandelaren, elektronicazaken en internetwinkels. Hieruit wordt een gemiddelde straatprijs samengesteld. Omdat de marktprijzen onderhevig zijn aan flinke schommelingen en een gemiddelde zijn tussen diverse internetaanbieders en reguliere detailhandelaren, kan het gebeuren dat de prijs in de winkel hoger is dan die in onze lijst.

Hoe kan het dat een camera ondanks een hoge score uit de toplijsten verdwijnt?

Wanneer een camera door de fabrikant niet meer nieuw geleverd wordt, verdwijnt hij uit onze toplijst, ook wanneer hij heel hoog scoort. Met de enorme hoeveelheid van reeds beschikbare en steeds nieuw verschijnende camera’s is het alleen al vanwege plaatsgebrek niet te doen om alle camera’s in de lijsten te laten staan. Ook het steeds maar blijven aanpassen van scores wanneer een nieuw model beter blijkt te zijn zou dan een enorme klus worden. Daarnaast zorgen we er zo voor dat de lijst actueel en overzichtelijk blijft.

Kun je de scores van spiegelreflexen en compactcamera’s met elkaar vergelijken?

De scores voor de beeldkwaliteit van compactcamera’s en spiegelreflexcamera’s zijn niet direct vergelijkbaar. Bij compactcamera’s is het objectief namelijk vast ingebouwd en heb je als fotograaf geen keuze. Daarom worden de resultaten van metingen die afhankelijk zijn van het objectief, zoals vignettering, vertekening en chromatische aberratie, meegenomen in de beoordeling. Omdat je op een spiegelreflexcamera verschillende objectieven kunt gebruiken, tellen dit soort metingen bij die camera’s niet mee in de beoordeling van de beeldkwaliteit. Binnen de verschillende klassen (compactcamera’s en spiegelreflexen) zijn de scores wel weer vergelijkbaar. Zo kun je de score van een style-/allround camera goed met die van een megazoomcamera vergelijken.

Hoe kan het dat de scores van camera’s hoger worden?

Zo nu en dan zijn de scores van een of meer camera’s in een toplijst hoger dan in de toplijst van de editie ervoor. Lezers vragen ons wel eens of de fabrikanten misschien verbeterde versies van hun toestellen op de markt hebben gebracht en daardoor hogere scores krijgen. Dit is niet het geval. Dat scores hoger worden, komt door het verdwijnen van camera’s uit de lijst. Producten worden uit onze lijst verwijderd wanneer ze niet meer verkrijgbaar zijn. Als deze producten een topwaarde hadden, wordt de eerstvolgende waarde van een nog actieve camera (bijvoorbeeld waarde 95) nu 100. Het gevolg is dat de scores van alle andere camera’s ook omhoog gaan.

Hoe kan het dat de score van een camera omlaag gaat?

De scores van camera’s veranderen in de loop van de tijd: het zijn indexcijfers. De gegevens zijn niet absoluut, maar worden steeds aangepast. Een camera kan bij ons maximaal honderd punten krijgen in iedere categorie (bijvoorbeeld de beeldkwaliteit). Als een nieuwe camera in ons testlab een betere score neerzet dan de camera met honderd punten, krijgt de nieuwe camera de maximaal mogelijke honderd punten. Vervolgens worden de scores van de andere camera’s daaraan aangepast. Iedere camera verliest dus in de loop der tijd punten als er betere camera’s op de markt verschijnen.